De European Portfolio Certificate (EPC) [1] Map is een documentatie van formeel, non-formeel en informeel leren [2] met betrekking tot kennis, vaardigheden, attitudes en competenties [3].
De EPC-map wordt onderverdeeld in drie delen en bevat:
1 | Schoolverlatercertificaten van de school
en van de door de overheid voorgeschreven examens (diploma’s, eindgetuigschrift, schooladvies etc., deze worden ingevoegd in de linkerflap van de map);
2 | documenten van leeropbrengsten inclusief portfoliodocumenten, portfolio-onderscheidingen en -certificaten zoals gekozen door de leerling (verzameld in het centrale deel);
3 | Een overzicht van de pedagogisch-onderwijskundige achtergronden waarop de school is gebaseerd (ingevoegd in de rechterflap).
De EPC-map wordt aan leerlingen uitgereikt als een certificatenportfolio voor schoolverlaters, indien deze map minimaal één geëvalueerd portfolio of portfoliocertificaat bevat, en een erkend diploma op niveau 2 of hoger zoals bedoeld in het Europees Kwalificatie Kader EKK [4]. Zonder een dergelijk diploma kan een map die voldoet aan de EPC-standaarden toch worden uitgereikt aan leerlingen van tenminste vijftien jaar oud. In dit geval wordt sterk aanbevolen dat de verstrekkende school een voor de leerling bestemd advies toevoegt voor loopbaan en beroep op basis van een competentieprofiel. (Noot van de vertalers: Voor de Nederlandse en Belgische situatie geldt dat leerlingen op z’n vroegst de EPC-map ontvangen als zij aan het einde van de tiende klas de school verlaten. Ze zijn dan in de regel zestien jaar oud.)
Op portfolio gebaseerd assessment geeft een indicatie van competenties, het vergroot de motivatie van de leerlingen bij het tonen van hun individuele sterktes en stimuleert zelfreflectie en ondernemerschap [5] waardoor de individuele dimensie van een leven lang leren aan kracht wint.
Het project European Portfolio Certificate streeft naar onderwijsvernieuwing door portfoliowerk in de klas op te pakken of te verdiepen en stelt aanstaande schoolverlaters van het voortgezet onderwijs in Nederland en het secundair onderwijs in Vlaanderen in de gelegenheid hun werk in een portfoliomap te documenteren. Leerlingen van scholen die meedoen aan het European Portfolio Certificate project worden aangemoedigd om zich op leerdoelen te richten die passen bij hun individuele interesses. Dat kan zowel aan de hand van een onderwerp dat door de leraar aangereikt is als door op eigen initiatief te werken aan een zelfgekozen thema. De leraar begeleidt de leerlingen in hun leerproces door middel van dialoog. Daarbij worden reeds verworven kennis en nieuwe kennis met elkaar verbonden om een rijk en creatief resultaat te kunnen oogsten.
Werken met het European Portfolio Certificate wakkert de interesse in het leerplan van de school opnieuw aan door een meer geïndividualiseerde benadering van leren waarbij de belangstelling van de leerling volledig betrokken is.
Het creëren van een portfolio gaat hand in hand met zelfreflectie en evaluatie. Eenmaal voltooid, kan een portfolio worden samengevat in een portfoliocertificaat dat belangrijke aspecten van de ontwikkeling van de leerling doeltreffend aantoont. Het certificaat laat, evenals het portfoliowerk zelf, capaciteiten van de leerling zien ten aanzien van terugblikken en reflecteren op en evalueren van het eigen leerproces. Verder verlenen portfoliopresentaties sociale erkenning in en buiten de schoolgemeenschap hetgeen bijdraagt aan de verwerving van persoonlijke competenties en zelfverzekerdheid. Veel leerlingen willen hun European Portfolio Certificate gebruiken om leeropbrengsten zodanig te verzamelen, dat ze kunnen aantonen wat en hoe ze geleerd hebben, om dit vervolgens te kunnen laten zien op hun weg naar vervolgonderwijs of werk. De ruimte in het centrale deel van de map is bestemd voor de verzameling portfolio’s en portfoliocertificaten naar keuze van de leerling. Met ruimte voor diploma’s en andere formele schoolverlaterdocumenten in de linkerflap en een overzicht van de achtergronden van de gevolgde onderwijsroute in de rechterflap, is de EPC-map een representatief document.
Dit kunnen onze leerlingen ter inzage overleggen aan potentiële werkgevers of onderwijsinstellingen die meer willen weten over de door hen verworven specifieke competenties.
Portfoliowerk is een praktische methode, die zich richt op motivatie, intellectuele vaardigheden en het creatief handelen van jonge mensen. Het EPC-project is gebaseerd op dit inzicht. In handen van oprechte opvoeders kan het iets doen ontvlammen in het leven van de leerling dat tot een onblusbaar vuur in de ziel wordt – een vuur dat de leerling kracht geeft van binnenuit, en hem ertoe in staat stelt zich als individu positief te verhouden tot een wereld van toenemende complexiteit. Los van het feit of u leraar, leerling, ouder of bestuurder bent van een school, dit is een aanmoediging om uw school op te roepen zich aan te sluiten bij deze wereldwijde inzet tot verbetering van het onderwijs.
[1] “European Portfolio Certificate” is een geregistreerd handelsmerk. Organisaties die de map willen gebruiken moeten een licentie ontvangen van de EPC-group.
[2] Formeel leren: Leren dat plaatsvindt in een georganiseerde en gestructureerde omgeving (in onderwijsinstellingen, beroepsopleidingen of bij werkplekleren), en dat expliciet aangeduid wordt als leren (in termen van doelen, tijd en middelen). Formeel leren is in ogen van de lerende doelgericht en leidt tot waardebepaling en certificering.
Non-formeel leren: leren dat is opgenomen in geplande activiteiten maar dat niet expliciet als leren wordt aangeduid (in termen van leerdoelen, -tijd en -begeleiding). Non-formeel leren is in de ogen van de lerende doelgericht. Opmerkingen:
• Opbrengsten van non-formeel leren kunnen na beoordeling leiden tot certificering
• Non-formeel leren wordt soms beschreven als semi-gestructureerd leren
Informeel leren: Leeropbrengsten uit het dagelijks leven in relatie tot werk, gezin en vrije tijd. Dit is niet georganiseerd of gestructureerd in termen van doelen, tijd of begeleiding. Informeel leren is in de meeste gevallen niet gepland vanuit het perspectief van de lerende. Opmerkingen:
• Opbrengsten van informeel leren leiden in het algemeen niet tot certificatie, maar kunnen worden gewaardeerd en gecertificeerd in het kader van programma’s van erkenning van verworven competenties (EVC in Nederland en Vlaanderen);
• Leren door ervaring of bij toeval wordt ook wel gerekend tot informeel leren.
Deze drie karakteristieken zijn ontleend aan de CEDEFOP publicatie “Validation of non-formal and informal learning in Europe. A snapshot 2007”, p.45f: http://www.cedefop.europa.eu/nl/publications-and-resources/publications/4073
[3] ‘Vaardigheden’ worden beschreven als cognitief (wat betreft het gebruik van logisch, intuïtief en creatief denken) en praktisch (handigheid en de toepassing van methodes, materialen, hulpmiddelen en instrumenten).
‘Competentie’ is het bewezen vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke, sociale, interculturele en/of methodologische capaciteiten te gebruiken. Competentie wordt in termen van verantwoordelijkheid en zelfstandigheid beschreven (zie de bijlage van “Aanbeveling door het Europees Parlement en van de raad van 23 april 2008 bij de vaststelling van het Europees Kwalificatie Kader voor een leven lang leren”, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2008:111:0001:0007:EN:PDF).
[4] Het EKK werd aangenomen door het Europees Parlement en de Raad op 23 april 2008. Het EKK moedigt landen aan om hun kwalificatiesysteem of -kader te relateren aan het EKK in 2010 en te garanderen dat in alle nieuwe kwalificaties die vanaf 2012 worden uitgereikt, wordt gerefereerd aan het juiste EKK niveau.
De kern van het EKK bestaat uit acht referentieniveaus die beschrijven wat de lerende weet, begrijpt en kan doen –‘leeropbrengsten’. De niveaus van de nationale kwalificaties zullen geplaatst worden op een van de centrale referentieniveaus, met een spreiding van basisniveau (Niveau 1) naar vergevorderd niveau (Niveau 8). Dit maakt de vergelijking tussen nationale niveaus veel gemakkelijker en dit zou ook betekenen dat men het eenmaal geleerde niet hoeft te herhalen bij vestiging in een ander land. Het EKK is toepasbaar op alle vormen van onderwijs, opleiding en kwalificaties, van voortgezet tot academisch onderwijs, voor zowel hoger als middelbaar beroepsonderwijs. Het systeem verlegt de blik wat betreft de traditionele benadering die de ‘leerinput’ benadrukt evenals de cursusduur of het soort onderwijsinstelling. Eveneens stimuleert het een leven lang leren door de waardering van non-formeel en informeel leren te promoten. (Citaat uit http://ec.europa.eu/education/lifelong-learning-policy/doc44_en.htm) Om enkele voorbeelden te geven, GCSE’s /Mittlerer Schulabschluss zijn op EKK niveau 3, A levels, Abitur, Matura, Baccallaureate zijn op EKK niveau 4, BA is op EKK niveau 6 en Ph.D is op EKK niveau 8.
[5] Ondernemerschap heeft een actieve en een passieve component: beide neigen ertoe om zelf veranderingen teweeg te brengen met daarbij het vermogen om innovatie door externe factoren te verwelkomen, te steunen en aan te passen. Ondernemerschap brengt met zich mee verantwoordelijkheid te nemen voor je daden, positief of negatief, en het ontwikkelen van een strategische visie, het stellen en bereiken van doelen met de motivatie om te slagen”. (Uit: “Sleutelcompetenties voor een leven lang leren. Europees Referentiekader”, November 2004)